De Amsterdamse broers die als amateurs via Facebook international werden

Maandag, 18 januari 2021 om 21:01Chris Meijer • Laatste update: 21:23

Het is exact vier jaar geleden dat Demba en Amadou Camara van Leeuwen in Amsterdam voor de televisie zaten voor de Afrika Cup. Plotseling daalde bij de toen nog bij de amateurs van Zeeburgia spelende broers het besef in: zij wilden daar ook ooit komen te staan. Samen, in het shirt van Mali. De gezamenlijke droom bracht de oudste telg in de tussentijd al een A-interland voor het geboorteland van hun vader en leidde hen afgelopen zomer richting Cyprus, waar ze voor de hyperambitieuze vierdedivisionist APEA Akrotiri FC spelen. Een dubbelinterview met de broers wiens voetbalhart duizenden kilometers ligt van de plek waar ze opgroeiden.

Door Chris Meijer

Als de videoverbinding met Cyprus tot stand is gebracht, verschijnt eerst Demba in beeld. De oudste telg van de broers (20) zit voor een lege witte muur. Heel veel moeite is er niet gestoken in de inrichting van zijn kamer in het appartement dat hij deelt met broertje Amadou (18) en zijn Nederlandse ploeggenoten Mohammed Rida Azzouz en Wael Brand. Het ingelijste shirt dat hij op 13 oktober 2019 in het Nelson Mandela Bay Stadium in Port Elizabeth droeg tijdens zijn debuut voor Mali, hangt voorlopig nog in zijn kamer in Amsterdam. Vorig seizoen speelden de broers nog allebei voor een Nederlandse profclub: Demba als spits bij FC Dordrecht in de beloften, vleugelverdediger Amadou in de Onder-19 van FC Emmen. Nadat hier een einde aan kwam, besloten ze uiteindelijk in te gaan op een aanbieding van APEA Akrotiri. Onder leiding van de in Nederland geboren eigenaar Jamory Leysner moet de Cypriotische vierdedivionist spoedig uitgroeien tot een springplank voor talenten die het elders in Europa nog niet gered hebben.

Demba: “We zijn de laatste twee zomerse aanwinsten van de club geweest. Toen we hier kwamen, was er nog een week voorbereiding over voor de competitiestart. Toch?”

Amadou: “Nee, twee weken voor de competitiestart. Hoe is het tot stand gekomen?”

Demba: “Ik denk dat ik het oprecht niet weet.”

Amadou: “O ja, een zaakwaarnemer had mijn moeder een berichtje gestuurd over een nieuw, interessant project op Cyprus. Ze had het artikel van Voetbalzone naar ons doorgestuurd en zei: ‘Kijken jullie even wat jullie ervan vinden’.”

Vierdeklasser op Cyprus moet dankzij geboren Nederlander wereldmerk worden

Voetbalzone schreef in augustus een achtergrondverhaal over het project van APEA Akrotiri.Lees artikel

Demba: “O ja.”

Amadou: “Ik was gelijk heel enthousiast. Dit was een nieuwe kans op een ander niveau, in een andere omgeving en gaf een nieuw moment om te ontwikkelen. We waren allebei clubloos, op dat moment.”

Demba: “Er zijn voor mij tussendoor nog een paar dingen voorbij gekomen. Maar daar kreeg ik nooit het gevoel bij: ja, dit wil ik. Dit leek me wel interessant. Dus toen ik hier kwam, wist ik na twee dagen wel dat ik hier wilde zijn.”

Amadou: “Bij mij is er ook wel veel voorbij gekomen. Uit bijna alle landen in Europa. Maar ik heb wel mijn twijfels gehad in het begin. Want ik had nog de mogelijkheid om stage te lopen in Portugal, bij een club op het hoogste niveau. Maar ja, daar voetballen ze nu nog steeds niet. Ik ken een jongen die daar in een Onder-19 speelt en die zit nog steeds thuis. Het was niet dat ik een probleem had met de club, de accommodatie of het niveau, dat was allemaal goed. Ik twijfelde of ik de deur nog even moest openlaten. Maar toen ik hier kwam, besefte ik dat ik me goed zou gaan ontwikkelen en ben ik er voor driehonderd procent voor gegaan. Ik ben blij dat ik hier ben en deze keuze heb gemaakt.”

Demba: “We hebben een goede groep, iedereen wil hetzelfde. Dan heb je het ook wel naar je zin, als je traint. Het is alleen jammer dat we nu toch al twee maanden geen wedstrijd hebben gespeeld.”

Amadou: “Iedereen daagt elkaar voetballend uit. De linksbuiten zal er op de training alles aan doen om mij als rechtsback voorbij te komen. Onderling is er een strijd, zo wordt het een goede training met hoge intensiteit.”

Demba: “Er is een groot verschil tussen de trainingen en de wedstrijden. In de vierde divisie van Cyprus wordt ander voetbal gespeeld dan wij allemaal gewend zijn.”

Amadou: “Ik was een voetballend spelletje gewend. Maar hier staan we tegen mannen, die gooien het gewoon dicht, proberen er een of twee te maken en dan is het goed. Voetballen kan hen verder helemaal niks schelen.”

Demba: “Sommige teams zijn ook toevallig in de competitie gekomen, door een loting. Het is zeker zo dat niet iedereen dezelfde ambities heeft.”

Scheelt het dat jullie daar samen zitten met jongens die dezelfde ambities hebben?

Demba: “Iedereen heeft een beetje hetzelfde. Ik weet niet hoe het voor die andere jongens is. Maar ik ging in Nederland na de training ook vaak nog wel even naar vrienden. Nu ben je weer bezig met herstellen en zorgen dat je weer fit bent om de volgende dag te trainen.”

Amadou (links) en Demba (rechts) Camara van Leeuwen tijdens interlandverplichtingen voor Mali.

Amadou: “Ik ging in Nederland nog naar school (beide broers hebben een havo-diploma, red.), dat heb ik hier ook niet. Na de training ging ik vaak nog wat doen. Ik denk dat deze omgeving goed voor me is. Want ik ging vaak na de training nog even chillen. Of ik deed voor de training nog dingen. Dan houd je jezelf er verder vanaf, nu heb ik dat niet. Ik sta op, eet, douche, bereid me voor om naar de training te gaan, train, kom weer thuis en eet.”

Demba: “En dan uitrusten, omdat je de volgende dag weer moet trainen.”

Amadou: “Precies, die regelmaat heb ik eigenlijk wel nodig. We eten hier wel altijd samen met die Nederlandse jongens. ”

Demba: “Als je er bent, ja.”

Amadou: “Samen doen we wel kleine dingetjes.”

Demba: “Het is wel fijn dat je ook dingen alleen kunt doen.”

Amadou: “We hebben onze eigen kamers, dus we scheiden ons ook wel van elkaar.”

Het is misschien handig dat je nu niet alleen bent, je kan elkaar helpen met koken. Hebben jullie elkaar daarin geholpen?

Demba: Nou, koken, schoonmaken en de was doen konden we allebei al. Het is alleen dat het op een andere plek is en het moet iedere dag, in plaats van dat je moeder af en toe eten maakt.

Amadou: “Ik ben nu met heel iets anders bezig, dus ik mis mijn moeder niet echt. Maar als ik haar heb gezien, komt het besef. Van: shit, ik heb je echt gemist. Nu zit het niet zo in mijn hoofd, maar als we in Nederland zijn, besef ik dat wel.”

Demba: “Ik heb dat ook. In het begin nog niet. Toen belde mijn moeder nog twee keer per dag. Voor haar is het leven heel anders. Voor ons ook, maar we hebben andere dingen aan ons hoofd. Het besef dat ik haar mis, komt eigenlijk pas als we bijna weer naar Nederland gaan.”

Amadou: “Toen ik bij Emmen speelde, was ik ook de helft van de week op mezelf. Het is wel fijn dat ik mijn grote broer met me heb hier. We hebben veel aan elkaar, we helpen elkaar veel buiten en binnen het veld. Soms is het ook wel lastig. Maar het is niet dat ik zeg: dit nooit meer.”

Demba: “Het is de eerste keer dat we echt samen spelen. Bij Zeeburgia hebben we weleens samen gespeeld, dat hij met mijn team meedeed als we spelers tekort kwamen.”

Is dat ook weleens lastig? Schelden jullie elkaar weleens de huid vol?

Amadou: “Dat gebeurt wel, door bepaalde beslissingen op het veld. Emoties komen gewoon los, dan kan je tegen elkaar uitvallen. Maar we weten van elkaar dat dingen op het veld niks te maken hebben met buiten het veld.”

Dit bericht bekijken op Instagram

Een bericht gedeeld door Demba (@dembavl)

Demba: “Nee, we kunnen boos op elkaar blijven tot we bij de club weggaan. Maar als we het hek door stappen, is het voorbij. Het is gewoon een verschil. Hij is mijn broertje, ook op de club. Maar daar gaat het voetbal voor. We reageren op elkaar zoals we ook op anderen zouden reageren op het veld. Als we op het veld ruzie hebben gehad, hebben we het er thuis verder niet meer over.”

Demba: “Qua mentaliteit zijn we redelijk hetzelfde.”

Amadou: “Hij is mentaal wat sterker, denk ik. Als ik zie hoe hard hij werkt, kan ik niet achterblijven.”

Demba: “Als hij iets doet en ik zie dat het werkt, pak je dat sneller over. Je ziet dat als broers nog vaker van elkaar. Je maakt elkaar beter.”

Pik je op het veld meer van elkaar?

Amadou: “Op het veld is iedereen voor mij gelijk. Ik kan zelfs met mijn moeder op het veld staan, op haar zou ik nog steeds boos worden. Ik kan heel slecht tegen mijn verlies, dat is mijn probleem. Als ik vind dat jij daar een aandeel in hebt, kan ik helemaal los op je gaan.”

Demba: “Maar zodra de wedstrijd klaar is, is het ook klaar.”

Amadou: “Ik deel soms nog wel een klein tikje uit in de kleedkamer, dat ik zeg: je doet maar wat. Maar daarna is het wel klaar en de volgende dag is er een nieuwe dag.”

Kunnen jullie ook wel goed incasseren van elkaar?

Demba: “Ja, maar we hebben nog niet echt een moment gehad waarop we niet meer tegen elkaar konden praten.”

Amadou: “Nee. Alhoewel, eergister.”

Demba: “We hebben wel kleine irritaties, maar nooit echt iets heftigs.”

Amadou: “Van hem kan ik veel hebben. Want als hij iets zegt, is het echt om mij te helpen. Sommige mensen zeggen dingen soms gewoon om het zeggen, niet per se om je te helpen. Als hij iets tegen me zegt, weet ik dat hij me verder wil helpen met mijn leven en dan kijk ik er anders tegenaan.”

Was het wennen om teamgenoten te zijn?

Amadou: “Ik vond het niet wennen, maar het is anders. Op zich vind ik het wel leuk.”

Bevalt het leven op Cyprus verder?

Demba: “Er is wel een strand, maar door corona is alles dicht. Doorgaans komen er veel toeristen, maar die zijn er ook niet. Er is oprecht niet veel te doen.”

Het is een beetje saai?

Demba: “Ja, het is weleens een beetje saai.”

Amadou: “We zitten op twintig minuten van de stad, dus we zijn al wel een aantal keer naar een mall gegaan. Met een groepje Nederlandse jongens. Maar je mag pas een huurauto vanaf je 21e rijden, dus je kan niet altijd overal heen. Jerichio Valentijn en Wael Brand (Nederlandse ploeggenoten, red.) zijn de enigen die met ons naar de stad kunnen gaan. Het is allemaal wat lastiger te regelen of te plannen.”

Dit bericht bekijken op Instagram

Een bericht gedeeld door Amadou Camara van Leeuwen (@amadouvanleeuwen)

Demba: “We vinden altijd wel wat te doen. Je zit hier niet alleen, dus je kan altijd naar iemand zijn kamer gaan en vragen om wat te gaan doen. Ik heb hier niet uren in mijn kamer naar een muur zitten kijken, bij wijze van spreken.”

Was je gek van elkaar geworden als je niet met een grotere groep Nederlandse jongens was geweest?

Demba: “Nee, denk het niet.”

Amadou: “Ik ben ook nog de helft van de tijd weggeweest voor interlandverplichtingen.”

Demba: “Maar nee, wij worden niet zo snel gek van elkaar.”

Amadou: “We zitten thuis ook altijd op elkaars lip.”

Had je de keuze voor APEA Akrotiri ook zonder je broer gemaakt?

Amadou: “Dat heeft voor mij niks met de keuze te maken. We maken die keuzes los van elkaar.”

Demba: “We hebben niet tegelijk besloten hierheen te gaan. Ik wist het gelijk. Hij heeft er langer over gedaan, omdat hij de afweging moest maken. Ik heb ook niet tegen hem gezegd: ‘Ik doe dit, wat doe jij?’ Nee, we hebben los van elkaar de keuze gemaakt.”

Amadou: “Ja, klopt.”

Hoop je dan wel dat hij volgt?

Demba: “Ik hoopte dat hij tevreden was met zijn keuze. Dáár gaat het om.”

Heb jullie wel met elkaar gespard over de keuze voor een club?

Demba: “Ja, dat wel. Zoals je het er ook met een vriend over hebt. Je kan er nog meer over praten als je in dezelfde situatie zit. Ik had altijd het gevoel dat er iets zou komen, ik heb geen twijfels gehad.”

Amadou: “Ik denk altijd: wat moet gebeuren, gebeurt. Maar ik dacht ook: kan het wat sneller gebeuren?”

Werd je minder kieskeurig?

Amadou: “Nee, dat niet. Want er zijn ook wel dingen voorbij gekomen waarvan ik zei: nee, dat doe ik niet. Landen als Slowakije, dat wilde ik niet doen. Het scheelt natuurlijk wel dat we allebei international zijn, het helpt als je dat op je cv hebt. Alleen maar positief.”

Demba: “Het geeft een soort status, ja. Maar je moet het nog steeds laten zien op het veld. Je kan niet alleen op basis van je cv aangenomen worden.”

Het is bijna drie jaar geleden dat de broers geselecteerd werden voor de vertegenwoordigende jeugdelftallen van Mali. De wieg van Demba stond twintig jaar geleden in Parijs, waar hun Malinese vader nog altijd woont. Zijn twee jaar jongere broer zag het levenslicht in het Amerikaanse Boston. “Ik weet dat ik een Transfermarkt- en Wikipedia-pagina heb, maar het klopt allemaal niet”, lacht Demba. De broers groeiden vanaf hun vierde en tweede op bij hun moeder Marianne in Amsterdam, waar ze in de jeugdopleiding van de topamateurclubs AFC en Zeeburgia speelden. Ondanks dat ze twee jaar geleden nog bij de amateurs speelden, groeiden ze tóch uit tot jeugdinternationals. Een idee dat altijd al in het hoofd speelde, maar na de Afrika Cup van 2017 pas écht tot uiting én realisatie kwam.

Amadou: “Allemaal door de kracht van het internet.”

Demba: “Tijdens de Afrika Cup van 2017 kregen we echt het gevoel: dit willen we. We hebben het er voor die tijd al eens over gehad. Als Oranje speelt, krijg je vrij van school om te kijken. Bij de Afrika Cup is dat niet zo. Als Mali speelde, probeerde ik altijd te kijken. Maar ik kon er moeilijk voor spijbelen. Ik heb het wel altijd gevolgd. Als we allebei thuis waren, keken we wel samen.”

Amadou: “Het is toch je afkomst. Misschien dat mijn gevoel voor Mali nu nog wel sterker is dan voor Nederland, omdat je het land verdedigt. Niet op het hoogste niveau en ook niet in een oorlog, maar toch.”

Hoe is die band met Mali altijd geweest? Als je in Nederland opgroeit, kan ik me voorstellen dat het een beetje verwatert.

Amadou: “We hebben daar familie, dat vergeet je niet zomaar.”

Demba: “Tot 2010 zijn we daar elk jaar meerdere keren naartoe gegaan. We spreken Frans, mijn moeder heeft ervoor gezorgd dat we met hen kunnen communiceren en dat we weten waar we vandaan komen.”

Als je zegt tot 2010, betekent het dat jullie er tot jullie werden opgeroepen ook al lang niet meer waren geweest.

Demba: “Ja, dat kwam door het hele verhaal met die oorlog (tussen 2012 en 2013 woedde een burgeroorlog in Mali, red.). Het reisadvies was om niet meer te gaan, het was niet meer veilig.”

Amadou: “Daarom hebben we besloten niet meer te gaan.”

Hebben jullie toch altijd die interlandcarrière in je hoofd gehad?

Demba: “Ja, ik in ieder geval wel. In Nederland draait alles om Oranje. Bij mij heeft ook altijd in mijn hoofd gezeten dat ik voor Mali kan spelen.”

Amadou: “Op jongere leeftijd was ik er niet mee bezig. In Nederland slagen, dat was mijn doel. Het besef kwam pas toen we voor het eerst gingen. Er was ook nog een voetbalwereld buiten Nederland. Je hoeft niet voor allerlei Nederlandse profclubs te spelen, voordat je naar het buitenland gaat. Dat kan ook in één keer.”

Amadou tijdens een interland met Mali Onder-20, in het najaar van 2020.

Demba: “Toen we in de B’tjes en de C’tjes speelden, waren we er al mee bezig. We wisten dat we bekend waren in Mali. Maar toen we hoorden dat het écht ging lukken, dacht ik wel: ik ga er alles aan doen om te zorgen dat dit gaat slagen.”

Amadou: “Dat is ooit begonnen door onze moeder. Zij vond via Facebook iemand die spelers van Europa naar Mali brengt voor de nationale elftallen.”

Demba: “Hij zou ons komen bekijken bij Zeeburgia, maar precies toen hij kwam, had het gesneeuwd en werd de wedstrijd afgelast. De week erna scoorde ik vijf keer. Uiteindelijk heeft hij die beelden gezien, maar het was leuker geweest als hij er daadwerkelijk bij was.”

Amadou: “Hij is daarna niet teruggekomen, maar we werden wel uitgenodigd voor een toernooi in Marokko. Geen officieel toernooi met het nationale team, maar een soort selectietoernooi. We waren niet ingeschreven als nationaal team, maar de scouts van de bond waren wel meegegaan en hebben ons daar zien spelen. Het was een soort trainingskamp met spelers onder de achttien, eigenlijk. Ik was de jongste. Hoe oud was ik? Veertien?”

Demba: “Nee, vijftien.”

Amadou: “Veertien. Oh nee, net vijftien. Er zaten ook jongens tussen die zeventien waren.”

Demba: “Zoals ik.”

Amadou: “Aan het einde van de dag is voetbal gewoon voetbal. Maar ja, Afrikaans voetbal is heel anders. Veel fysieker. Maar ik ging erheen om lekker te voetballen, om te doen waar ik van houd en wat ik het liefst doe. Dus in dat opzicht maakte het niet uit dat het in Marokko of Afrika was.”

Demba: “Een maandje later werden we voor het eerst opgeroepen.”

Amadou: “Laat me even terugkijken. O ja, de tijd gaat snel, man. September 2018 was ik in Senegal met de Onder-17 voor een kwalificatietoernooi voor de Afrika Cup.”

Demba: “Ik was daar niet bij, ik was te oud voor de Onder-17 en werd in die tijd uitgenodigd voor een trainingsstage met de Onder-20.”

Was het raar om voor het eerst los van elkaar naar Mali te gaan voor interlandverplichtingen?

Amadou: “Voorafgaand aan dat toernooi in Senegal, was ik al een maand in Mali. In mijn eentje, eigenlijk. Ik ben een weekje bij familie geweest, bij iemand die in Nederland altijd bij ons over de vloer komt. Daarna zijn we in een internaat gegaan, voordat we naar Senegal gingen. Er vielen in die maand nog jongens af. Ik had er een van kunnen zijn. Nu is het anders, ik sta hier onder contract. Dus als ze me nu oproepen, kunnen ze niet twee dagen voor het toernooi zeggen: ‘Ga maar naar huis’. Toen speelde ik nog bij de amateurs. Dat was ook wel weer handig, want anders had ik volgens de FIFA-regels nog geen jeugdinterlands mogen spelen. Ik had daardoor ook relatief weinig concurrentie. Iedereen zat op één lijn.”

Demba: “Laten zien wat je kan.”

Amadou: “Juist. Als je niet goed genoeg bent, val je af.”

Was het vreemd om als voetballer in Mali te komen? Dat zal toch een iets andere dynamiek geven.

Amadou: “Ja, maar we waren voor het laatst in Mali geweest toen ik heel jong was. Dus in mijn échte herinneringen ben ik alleen maar als voetballer in Mali geweest. Verder herinner ik me alleen vage dingen. Het was nu een beetje alsof je aan het werk bent. Dan moet ook gebeuren.”

Demba: “Voor die tijd waren we al teruggegaan naar Mali, om familie te zien en ons paspoort te regelen.”

Hoe reageerde jullie vader op het besluit om voor Mali te spelen?

Amadou: “Hij vindt het wel gaaf, maar we hebben het er niet echt over. We hebben niet echt een goede band, er is weinig contact op dit moment.”

Demba: “Hij is wel met ons teruggegaan, ook omdat we de familie lang niet hadden gezien. Het is zijn kant van de familie, dus dan is het normaal dat hij ook meegaat. Het zou raar zijn als we na tien jaar ineens zonder hem daar op de stoep staan.”

Amadou: “Het was ook wel een gekte toen we daar terugkwamen.”

Demba: “Je hoort dan iedere dag drie keer dat iemand je oom is. Hetzelfde gebeurt als je in het stadion hebt gespeeld en naar buiten stapt. ‘Hé, we zijn familie. Mag ik dit of dat van je’. Shirtjes, dat soort dingen. Het voetbal zorgt voor gekte. Op een gegeven moment kent bijna iedereen je en willen ze allerlei dingen van je. Ik heb me er nooit aan gestoord of mee bezig gehouden. Als jeugdinternational ben je trots en het geeft een goed gevoel dat zij wat van je willen.”

Hoe zijn dingen verder georganiseerd rond het voetbal in Mali?

Amadou: “Ik kan me niet herinneren dat ik ooit problemen heb gehad met het nationale team. Wat buiten de Malinese voetbalbond om is geregeld, is een ander verhaal.”

Wat voor dingen zijn dat?

Amadou: “Een maand geleden hadden we bijvoorbeeld een kwalificatietoernooi met de Onder-20 voor de Afrika Cup in Senegal. De nacht voor de eerste wedstrijd werden opeens acht jongens uit hun bed gehaald, met het verhaal dat ze corona hadden. Acht spelers en zeven stafleden. Ze hadden na het eten al gezegd dat er een aantal jongens corona hadden, maar dat ze nog niet precies wisten wie. Ik was één van de acht. De eerste wedstrijd mochten we eigenlijk niet spelen, omdat we nog dertien fitte spelers overhadden en je had er veertien nodig. Er is de volgende ochtend weer getest en toen bleken vier jongens negatief. Dat soort dingen. Het is belachelijk hoe ze dat toelaten.

Als je in Senegal speelt, kan Senegal alles naar zijn eigen hand zetten. Scheidsrechters, accommodaties, noem het maar op. De eerste keer kregen we een bus waar we niet eens allemaal in pasten. Toen waren er nog MRI-testen om leeftijden te controleren, want daarmee wordt nog weleens gesjoemeld. Bij ons was er niks aan de hand, maar bij andere landen werden er wat spelers uitgepikt. We speelden in de halve finale tegen Guinee en bij een overwinning zouden we geplaatst zijn voor de Afrika Cup. We verloren na penalty’s, maar dat waren jongens van wie Stevie Wonder nog zou zien dat ze ouder waren. Er was een klacht ingediend, maar daar is niks mee gedaan. Later ging Guinee op de Afrika Cup ten koste van Senegal naar het WK. Toen heeft Senegal op basis van die wedstrijd tegen ons aangetoond dat er verschillende jongens bij Guinee meededen die te oud waren. Daardoor ging Senegal naar het WK, waarop ze van Oranje wonnen.”

Je hebt ook weleens dat je in kleedkamers wordt gezet waar jan en alleman nog kan binnenlopen, toch?

Amadou: “Ja, zulke dingen. Aubameyang heeft laatst ook zoiets op zijn Instagram gedeeld, dat ze het land niet in mochten tot acht uur ’s ochtends.”

Demba: “Ik kijk er nu niet echt meer van op. Zulke dingen heb ik nooit meegemaakt, ondanks dat ik er rekening mee had gehouden dat het weleens zou kunnen voorkomen.”

Jij hebt ook al je debuut voor het ‘grote’ Mali gemaakt, in oktober 2019 tijdens een oefeninterland tegen Zuid-Afrika.

Demba: “Dat is een dag die ik nooit meer ga vergeten, nee. Als je me een week eerder had gezegd dat het zou gaan gebeuren, had ik gezegd: je liegt. Het kwam zó onverwachts. Ik kan het niet helemaal geloven dat het écht zo is.”

Demba zingt het volkslied voorafgaand aan de interland tussen Zuid-Afrika en Mali (1-0) in oktober 2019.

Hoe ging dat destijds?

Demba:” Ik zat in de trein richting de training bij FC Dordrecht, op een dinsdag. Ter hoogte van Rotterdam werd ik gebeld. ‘Draai nu om, we gaan over vier uur vliegen naar Zuid-Afrika. Je mag meedoen bij het eerste van Mali’. Ik wist vijf tot tien minuten niet wat ik moest zeggen en ben op een gegeven moment maar omgedraaid om naar huis te gaan. Of nou ja, in dezelfde trein blijven zitten, want die ging meteen weer terug. Thuis kreeg ik het hele verhaal te horen. Ze hadden een spelerstekort, dus werd er gezegd dat ik die kant op moest komen.”

Dan sta je in Zuid-Afrika ineens op het veld met een aantal grote spelers, Amadou Haidara van RB Leipzig bijvoorbeeld. Tégen Thulani Serero (ex-Ajax en -Vitesse, tegenwoordig spelend voor Al-Jazira) en Kamohelo Mokotjo (ex-Feyenoord, -PEC Zwolle en -FC Twente, tegenwoordig spelend voor FC Cincinnati).

Demba: “Ja, echt een heel mooi moment. Ik weet nog steeds niet hoe ik erover moet praten. Het was in het Nelson Mandela Stadion. Ja... Het geeft me een gevoel dat dit hetgeen was waar ik alles voor gedaan had. Ik weet nog dat ik in het stadion aankwam. Ik was bloednerveus. Echt bloednerveus. Dat ben ik nooit. Het volkslied kan ik me nog goed herinneren. Op een gegeven moment zei de trainer dat ik mocht gaan warmlopen. Toen dacht ik: nu gaat het écht gebeuren.”

Die minuten zijn een beetje aan je voorbij geflitst?

Demba: “Ja, ik wist na de wedstrijd niet wat ik moest doen. Er kwamen allemaal mensen naar me toe dat ik mijn shirtje had moeten ruilen met iemand. Dat wilde ik echt niet. Dat shirtje hangt ingelijst boven mijn bed in Nederland.”

Hoe was het niveau voor jou?

Demba: “Het was wel aanpoten. Step up your game. Het heeft laten zien hoe het moet. Ik ging mee met het niveau van de groep, maar het was wel fijn dat ik al jongens kende van de Onder-20.”

De hele familie zat waarschijnlijk voor de televisie?

Demba: “Ik had mijn moeder meegenomen naar Zuid-Afrika. Dat moment wilde ik niet alleen beleven.”

Amadou: “Ik heb overal gezocht, maar ik kon nergens een stream vinden.”

Demba: “Er is niet veel beeldmateriaal van, helaas. Het was een vriendschappelijk toernooi, ter ere van Nelson Mandela. Helaas verloren we.”

Je hebt nu wel een voorsprong op je broer.

Demba: “Ja, maar we houden niet echt een competitie bij. Ik hoop voor hem dat dit moment ook gaat komen. Sterker nog, ik weet zeker dat het moment voor hem nog gaat komen. Het liefst samen, natuurlijk.”

Amadou: “Ik sta voor, hè.”

Demba: “Je staat helemaal niet voor.”

Amadou: “O ja, zo. Dan sta ik 1-0 achter. Ik verlies niet graag, dus... Nee, het maakt me helemaal niet uit. Als hij straks de meeste interlands van ons twee heeft gespeeld, ben ik hartstikke trots op hem. Andersom zou hij ook trots op mij zijn. We zien het niet als strijd.”

Demba: “Zorg dat jij de beste voetballer wordt die jij kan zijn en ik de beste die ik kan zijn.”

Amadou: “Het is een partnership.”

Zijn jullie trots op elkaar?

Amadou: “Honderd procent. Hoe je het wendt of keert. Als hij niet was gaan voetballen, was ik ook niet gaan voetballen. Ik stond altijd als jochie van twee of drie jaar oud bij het veld als hij aan het voetballen was, dan ga je vanzelf ook een bal aanraken. Hij heeft me wel altijd gechallenged, zeg maar.”

Heeft jullie gedeelde droom jullie zo ver gebracht?

Demba: “Ja.”

Amadou: “Ja, het maakt onze band nog sterker dan die anders al was geweest.”

Demba: “Als ik er met mijn hoofd niet bij ben, kan hij het zeggen. Je kan elkaar op dezelfde lijn houden.”

Amadou: “Die momenten hebben we ook wel gehad, ja. Dat je merkt dat de een er niet helemaal bij is of irritaties heeft. Dan vraag je even wat er aan de hand is.”

Demba: “Als de ander niet dezelfde droom heeft, is het moeilijk om te kunnen levellen op dat gebied.”

Na ruim een uur klinkt de laatste vraag. Waar zien jullie elkaars plafond? De iets meer uitgesproken Amadou neemt het voortouw. “Dan zie ik Demba zeker in een van de vijf topcompetities in Europa. Als ik zijn mentaliteit zie, dat hij altijd door blijft gaan, wat er ook tegen hem gezegd wordt of is. Alleen dat verslaat al zoveel mensen hun talent”, zegt hij, terwijl hij naar zijn broer kijkt. “Ah, wat cute”, reageert Demba met pretogen. “Ja, nee, ik denk dat voor Amadou hetzelfde geldt. Hij laat aan iedereen zien dat hij wil winnen. Ik denk dat hij de beste kan zijn, als hij dat wil.”



6 reacties (laatste reactie door primetime)

Leuk interview. Ze zijn van behoorlijk ver gekomen. In de jeugd zaten ze eerst in het 3e of 4e elftal van hun leeftijdsgroep.

Leuk verhaal, erg uitgebreid ook. Het vierde niveau van Cyprus, dat is wel even andere koek. Je moet er dan wel echt in geloven en voor willen gaan, maar dat zit bij deze jongens wel goed. Overigens is dit de mooie kant van voor een andere nationale ploeg te kunnen kiezen, dit is werkelijk een droom voor deze broers.

Vreemde keuze, om naar een club te gaan die op het vierde niveau speelt van een land met evenveel inwoners als Overijssel. Ik zou denken dat je je daar niet of nauwelijks meer in de kijker speelt dan bij een leuke Nederlandse amateurclub en dat je ook niet van plan bent om daar te blijven hangen totdat je drie keer gepromoveerd bent. Ze zullen wel goed betalen...

18 januari 2021 om 20:15

Bij de amateurs zou je slechts 3x per week trainen. Daar train je elke dag. Daarnaast lekker weer, strand. In dat andere artikel staat dat het juist vrij slecht betaald en dat daarom Nederlandse jongens vaak niet willen komen omdat amateurs al beter betalen. Maar deze boys zijn al in weelde opgegroeid door hun moeders carrière dus een paar honderd euro meer of minder zal ze niet uitmaken

Leuk verhaal, maar als je als land je internationals moet halen uit het vierde niveau van Cyprus dan gaat er behoorlijk wat mis. Lijkt me dat Mali behoorlijk wat spelers kan halen uit de Franse tweede of derde divisie, of uit de grotere competities in Afrika en dat die allemaal op een wat hoger niveau spelen.

Reageer

Je kunt niet reageren op oude documenten.

In de wandelgangen

Vrijdag 26 februari
Roman Abramovich heeft Chelsea-manager Thomas Tuchel groen licht gegeven om Borussia Dortmund-spits Erling Haaland komende zomer te verleiden tot een overstap. Lees verder
X

Inloggen op Voetbalzone

Leuk dat je actief wilt zijn op de grootste voetbal community van Nederland. Voor alle mogelijkheden lees je onze FAQ.

Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
Registreren